Accu opladen

Weet u niet welke lader of welke laadspanning uw accu nodig heeft? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder!
  • Gebruik alleen een veilige, gekeurde en geschikte lader met gelijkstroom en de juiste laadspanning en laadvoltage. Lees altijd de gebruiksaanwijzing van de lader.
  • Roken en vuur strikt verboden. Voorkom vonkvorming en wrijving rondom een accu.
  • Verbind de pluspool (+) van de batterij met de pluspool van de lader en de minpool (-) van de accu met de minpool van de lader.
  • Laad nooit accu’s die bevroren of warmer dan 40°C zijn.
  • Zet de lader pas aan nadat de accu is aangesloten.
  • Blijf van alle kabels af indien er geladen wordt! Mocht u toch aan de accu of lader moeten komen, zorg er dan voor dat de accu altijd uitgeschakeld is.
  • Zet de lader altijd eerst uit na het laden.
  • Lading direct onderbreken als de accu heet wordt of er zuur uitloopt. Daarnaast het laden direct stoppen wanneer deze een ongewone geur verspreidt of wanneer de accu van vorm verandert, of wanneer er iet anders abnormaals tijdens het laden gebeurt.
  • De laadspanning van de lader mag NOOIT hoger zijn dan 15V en moet minimaal 13,8 Volt bedragen.
  • Zorg tijdens het laden altijd voor een goede ventilatie. Tijdens het laden van de batterij kunnen explosieve gassen vrijkomen (knalgas). Dus nooit laden in een geheel afgesloten ruimte!